mijn tentoonstelling (het onderzoek)

Opdracht van de vierde periode jaar 1

Aan het einde van deze periode moeten we een keuze maken in welk medium we verder willen en hoe we ons verhouden tot fotografie en audiovisuele vormgeving.

Stel je voor dat je afgestudeerd bent en dat je werk te zien is in een tentoonstelling zoals bijvoorbeeld 'De ontdekking van de traagheid'. Deze tentoonstelling was in april t/m mei 2007 in 's-Hertogenbosch georganiseerd door kunstenaarsinitiatief KW14. Deze tentoonstelling kenmerkte zich door het combineren van kenmerken van film en fotografie. De tentoonstelling bracht 26 kunstenaars/ fotografen/ filmmakers bij elkaar. Stel je nu voor dat jij onderdeel zou zijn van een dergelijke tentoonstelling. Je werk wordt getoond in een van de tentoonstellingsruimtes waarin ook het werk van drie andere kunstenaars/ fotografen/ filmmakers getoond wordt. Jullie werk is bij elkaar geplaatst omdat het samen uitspraak doet over de positie die jullie innemen op dat moment in het werkveld.

Met welke drie kunstenaars/ fotografen/ filmmakers zit jij in een ruimte?

Vragen die in deze opdracht volgens mij beantwoord moeten worden zijn:
- Welke uitspraak doe ik over de positie die mijn werk inneemt in het werkveld?
- Hoe kijk ik naar andere media?
- Wat zijn mijn ambities?

De opdracht die we meekrijgen is alsvolgt gedefinieerd:

Presenteer je onderzoek in een korte omschrijving van jouw fictieve tentoonstelling. Geef je tentoonstelling een titel. Ga vervolgens specifiek in op de samenstelling van de werken in jouw zaal. Vervolgens schrijf je per kunstenaar en jezelf een alinea over het gepresenteerde werk. De tekst illustreer je met relevant beeldmateriaal van alle betrokkenen. Zorg dat het geheel er verzorgd uitziet.

Als eerstejaars student vind ik het lastig een voorschot te nemen op de komende drie/ vier jaar, ik sta nog zo open voor het experiment. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je nu niet een positie kan innemen. En dan ben ik gelijk aangekomen bij de reden waarom ik dit op een weblog plaats en niet op papier (zoals de opdracht vraagt); het vraagt om reacties van deze tijd. Het dient geplaatst te worden in de tijd van nu, juni 2008.

Een belangrijk uitgangspunt bij de beide media AV en fotografie is namelijk het gegeven 'tijd'. Doordat we nu in juni 2008 leven zijn we op een bepaald punt aangekomen in de geschiedenis waarop deze media zicht ontwikkeld hebben. Waardoor het interessant is er een standpunt als kunstenaar over in te nemen, met of zonder eigen werk.
Maar ook film en fotografie zijn als medium onlosmakelijk verbonden met het gegeven tijd. Fotografie legt de tijd vast (letterlijk: schrijven met licht) en film is een uitgebeeld verhaal door een serie stilstaande beelden.

Dit onderwerp verkennend merkte ik dat ik vanuit verschillende invalshoeken hiernaar keek. Ik ben vorig jaar, nog voor ik dus aan de academie begonnen ben, naar deze tentoonstelling geweest. En ik kan me nog herinneren wat me hierin aansprak: het cinematisch beeld. Foto's met filmische kwaliteiten (zoals Wald -2002- van Oliver Boberg en The carpet told me -2007- van Jeroen Kooijmans) en films met een grote fotografische kwaliteit (zoals Clods -2004- en In the Garden -1998- van Dan Geesin).

Of, niet daar vertoond maar wel interessant: als foto met filmische kwaliteit
bijv. de 'single framed movies' van Gregory Crewdson. En in de categorie fotografische film bijv. Catherines Room -2001- op de vijf LCD schermen van Bill Viola (te zien bij museum De Pont in Tilburg).

Voor deze opdracht, en studerend aan een academie, moet ik ook anders naar dit werk kunnen kijken. Bovenstaand werk spreekt me nog steeds aan. Ik zal het nu alleen moeten verantwoorden en beargumenteren wat me daarin aanspreekt (als fotograaf/ kunstenaar/ filmmaker) om uiteindelijk mijn eigen fictieve tentoonstelling te kunnen ontwerpen.

Tevens is het ook goed denk ik dat je als samensteller van een tentoonstelling rekening houdt met de verschillende typen bezoekers: de curator, de fotograaf, de kunstenaar, de filmmaker, de academische geschoolden en de geïnteresseerden.
En met de ruimte waarin je het presenteert. Hier kan zowel ander publiek (andere bezoekers) op af komen, maar ook de omgeving beïnvloedt de beleving van de kijker.

Ik denk dat ik hiermee het kader van deze opdracht teveel verleg, alhoewel het wel mijn interesse heeft. Maar voorlopig ga ik me eerst proberen voor te stellen met welke drie anderen ik in een ruimte zou willen hangen om vervolgens een uitspraak te kunnen doen over de positie van mijn werk in het werkveld.

Ik zou dit liever andersom doen, vanuit mijn werk vertellen welke kunstenaars bij mijn standpunt aansluiten, en hoe dat in een ruimte eruit ziet. Ik ben van mening dat inhoud uiteindelijk de vormgevingaspecten, en het concept dus alle andere keuzes bepaalt. Maar omdat ik nog teveel aan het begin van mijn fotografische carrière sta, start ik dus vanuit de kunstenaars wiens werk me conceptueel en inhoudelijk interesseert.

interssant onderzoek qua beeld
filmische dubbelportret: Raymond Taudin Chabot - Calm, 2005
filmisch portret: Job Koelewijn, Sur Place, 2003
doorlopende panoramafoto: Hans Op de Beeck - All together now, 2005
tableau vivant: Hannes Wallrafen - Honduras, De boom, 2000
tableau vivant: Gregory Crewdson
trage film: Peter Schreiner - Bellavista, 2006
filmisch en esthetisch (mooi plaatje...?): Oliver Boberg, Wald, 2002
filmisch en esthetisch (mooi plaatje...?): Eelco Brand, SB.movi, 2006

interessant qua concept:
voyeurisme, wie kijkt naar wie/wat: Sylvie Zijlmans - Bomen en lampen, 2006
voyeurisme, wie kijkt naar wie/wat: Job Koelewijn - Cinema on wheels, 1999
beweging door de lens/ inzoomen in fotoverhaal: Izima Kaoru- Landscape with a corpse, 2002
beweging door de lens/ inzoomen in fotoverhaal: Rob Johannesma (werkt alleen als je realplayer op je computer hebt)
filmisch: Jeroen Kooijmans, The carpet told me, 2007


interessant qua beeld en concept (inhoud en vorm):
Dan Geesin - Clods, 2004 en The Garden, 1998

interessant onderzoek qua geluid:
Hannes Wallrafen

Mijn lijst met blogs

Blogarchief